top of page
  • Rens

Het pinballmuseum: een zelfbenoemd useum

In het Pinballmuseum leren bezoekers meer over de geschiedenis van flipperkasten, hoe ze werken én, belangrijk, kan er geflipperd worden. Dat laatste zorgt voor veel onderhoud, zegt museumdirecteur Gerard. “If it ain't broken, it ain't pinball.”


“Dit is een spel waarin je Adolf Hitler moet vergiftigen,” zegt Gerard zonder zijn ogen te knipperen. Het is de penny machine ‘Poison the Rat’. Bouwjaar: 1942. Op de kast is een stikkende Hitler afgebeeld. Boven zijn hoofd moet de speler een pil (pinball) door een gat gooien. Met een draaiknop is zijn hoofd te verstellen. “Je gooit er een muntje in - een penny - en het balletje rolt het spel in. Het is de bedoeling om de bal in zijn mond te laten verdwijnen.” In dezelfde ruimte staat een machine waarin je Hitlers tanden uit zijn mond moet schieten en een automaat waarmee je Japanners kan bombarderen. “Dit zijn zeldzame exemplaren. Ze kosten zo’n 15.000 tot 20.000 euro.”


Naast deze ongewone spelmachines beschikt het museum over nog zo’n honderdtwintig bijzondere flipperkasten. Oudere, zoals de eerste flipperkast uit 1947, de Humpty Dumpty, en nieuwere exemplaren vanaf de jaren 60 tot heden. Kasten met thema’s als Lord of the Rings, The Matrix, South Park, The Flintstones en Rocky. Gerard snorde ze in twintig jaar tijd koortsachtig met zijn bestelbus overal vandaan - op beurzen, in het buitenland en bij verzamelaars. “Op het overgrote deel kan je spelen. We zijn dus eigenlijk een useum,” zegt Gerard met aanstekelijk enthousiasme.


Distilleerderij

De voorgevel van pakhuis de Dubbele Palmboom uit 1825 is precies wat je van een pakhuis verwacht. Het is verrezen uit rode bakstenen, hijsdeuren en een hijsbalk. Ooit werd het gebouwd voor de opslag van graan. Later huisden er een distilleerderij en een kistenfabriek. Sinds 2020 zetelt het pinballmuseum er. Waar zeelieden de kade vroeger gebruikten om goederen te lossen, wapperen er nu twee witte vlaggen van het museum. Voor het pand, op de stoep, staat de bestelbus van Gerard geparkeerd. “Er ligt nog een action figure in die ik er met vier man niet uit krijg,” pocht hij in het museumcafé. Achter hem staat een levensgrote Hulk in karakteristieke brulhouding. Naast flipperkasten blijkt Gerard ook action heroes te verzamelen. Het pand is ermee doorzeefd. “Een andere afwijking van mij.”


Gerard (47) - gemillimeterde baard, PAC-MAN kostuum, kwiek - raakte al op jonge leeftijd bezeten van het flipperen. Als zesjarige scharrelde hij ondeugend rond in een Dordtsche speelhal, op zoek naar munten. “Er viel weleens een gulden achter een gokkast. Die viste ik met mijn kleine vingers eruit, zodat ik kon spelen.” Met een waslijst aan bijbaantjes kocht hij op veertienjarige leeftijd zijn eerste flipperkast. Het begin van een verzameling. “Dit hier,” hij kijkt in het rond, “is een uit de hand gelopen hobby. Op een gegeven moment had ik tientallen kasten in opslag. Ik dacht: wat moet ik ermee? Toen kwam ik op het idee om het verhaal over flipperkasten te vertellen.”


Pinheads

Dat verhaal begint in 1777 in Frankrijk. Daar, in een château in Parijs, dreunde een Fransman een handvol spijkers in een kapot biljart, met het idee om ​​de ballen langs de spijkers in de gaten te mikken. “Van deze spijkers (pins) is de naam pinball afgeleid. Rondom 1900 bemoeiden de Amerikanen zich ermee. Zij voegden de flippers toe en maakten het groot. Dit is dus echt een pinballmuseum, geen flipperkastmuseum. Anders zou ik alle kasten van voor 1947 weg moeten doen.” Gerard wijst naar de Humpty Dumpty machine, een kleurrijke kast met drie flippers aan beide zijden. Een icoon voor pinheads - de geuzennaam voor pinballliefhebbers. “Hier laten we geen mensen op spelen. Dit soort oude kasten zijn nog kwetsbaarder dan de rest.”


Flipperkasten zijn namelijk zo fragiel als een zeepbel - ze moeten doorlopend onderhouden worden. Gerard heeft er zijn handen vol aan. “Elk weekend vallen er minimaal vijf uit. Soms wel tien. Alles wat kapot kan gaan, gaat kapot. Mechanica, elektra, displays; alles. Er hoeft maar een onderdeel kapot te zijn en de hele flipperkast doet het niet meer. Onderdelen, zoals een flipper, kunnen gaan haperen. Die vervangen we preventief.” Mede daarom is het museum drie dagen open. Toch levert dat genoeg bezoekers op. Zelfs zoveel dat Gerard zijn baan als schilder opzegde. “Misschien wel omdat dit museum een van de weinige plekken is waar je nog kan flipperen,” zegt Gerard weemoedig.


Gokkasten

De kans dat je nu ergens tegen een flipperkast aanloopt is ongeveer net zo groot als het zien van een meteorenregen. De reden? Lang vielen flipperkasten onder de gokkastenwetgeving, vertelt Gerard. “In Rotterdam mocht je bijvoorbeeld twee spelmachines neerzetten. Veel horeca koos toen voor een gokkast, want dat trekt meer mensen, die bovendien blijven hangen. Van die opbrengsten betaalde men de huur. Vanaf 2010 is die wetgeving verdwenen. Nu mag de horeca ze weer onbeperkt neerzetten. Alleen ja, flipperkasten zijn een beetje uit het straatbeeld verdwenen. Het is verplaatst naar de thuismarkt.”


Vrijwilliger Bart (18) - lang haar, baggy kleding, type gamer - is zo iemand die twee kasten thuis heeft staan. Hij sloft door het pakhuis met een schroevendraaier. “Kom, we gaan boven een kast repareren.” Bart zag Gerard eens rondlopen met zijn hond in de buurt. Ze raakten in gesprek. Gerard kon wel wat hulp gebruiken. Bart woont om de hoek, zat in een tussenjaar en dacht: waarom niet? “Toen ben ik verslingerd geraakt.” Een van zijn kasten heeft als thema Johnny Mnemonic, een geflopte film met acteur Keanu Reeves. “In de jaren negentig was het bijna een traditie dat als een kast goed was de film vaak heel slecht bleek, op een paar uitzonderingen na, zoals Indiana Jones en Terminator. Ik heb het gecheckt; Johnny Mnemonic was ontzettend slecht.”


Gebroken glas

Bart sleutelt een paar dagen in de week aan kapotte kasten. Boven, in de nok van het pand in het magazijn, waar meer tools te vinden zijn dan in een bouwmarkt, grabbelt hij in een bakje. “Dit buisje moet ik hebben.” Beneden bij de kapotte kast - thema Congo, een andere geflopte film uit de jaren 90 - haalt hij de glazen plaat uit de kast met de voorzichtigheid van een medewerker bij de explosieven opruimingsdienst. “Vorige week knalde zo’n glasplaat stuk. Het is een beveiligd glas, dus er staat spanning op. De vloer lag bezaaid met glas.” Vervolgens frunnikt Bart de ballen uit de kast. Aan de onderkant van de spelmachine, waar zich een wirwar van kabels en onbegrijpelijke chips bevindt, vervangt hij gelouterd een onderdeel. “Hij is nog niet helemaal op, maar ik ga hem voor de zekerheid toch vervangen.”


Inmiddels heeft de tiener zoveel kennis opgebouwd dat hij de meeste reparaties kan uitvoeren, ook in zijn eigen kasten. Voor ingewikkelde technische reparaties worden in het museum mensen ingehuurd, vertelt Bart. “Er zijn drie verschillende generaties flipperkasten. De elektromechanische zijn gebouwd tot 1977. Daar zitten koperen spoelen in, een hele andere techniek dan de kasten die zijn gemaakt vanaf de jaren 90. Voor de hedendaagse kasten moet je een IT'er zijn. Monteurs repareren deze kasten met hun laptops.”


Foo Fighters

Even later staat Gerard op zo’n hagelnieuwe Foo Fighters kast te spelen. Zijn doel is om elke flipperkast uit te spelen. “Deze machine is vorige week binnengekomen,” zegt hij leunend op de kast, beide wijsvingers op de knoppen. “Ik weet er nog helemaal niks van, maar ik kan hem lezen. De lampjes, de geluiden en het scherm geven aan wat er moet gebeuren. Ik ben nog oldskool. Bart is newschool. Hij heeft al YouTube-tutorials gekeken.” Na een paar minuten spelen, rollen er ineens vier ballen in het speelveld. Als een soort jongleur weet hij de ballen een voor een weg te flipperen. Opeens slaat Gerard op de linker knop. “Dat heeft niet met kracht te maken, maar met timing. Ik wil op dat moment de bal kwijt en kan beter timen als ik sla.”


Als speler voer je opdrachten uit op een flipperkast. Wanneer je alle opdrachten hebt uitgevoerd, speel je de grande finale, legt Gerard uit. “Dan krijg je een soort vuurwerkshow in een flipperkast. Lampjes die flikkeren, animaties op het scherm en allerlei geluiden. Een finale is de ultieme beloning.” Gerard doet voor hoe hij in zo’n situatie reageert: hij staat te juichen met gebalde vuist. Sommige kasten speelt de directeur binnen een uur uit. Anderen nooit. “Die zijn te diep. Maar je kan het wel proberen. Bijna alle flipperkasten die ik gehad heb, heb ik uitgespeeld.”


Robin van Persie

Op een van de muren in het museum hangen polaroid foto’s van bekende Nederlandse bezoekers. Mark Rutte, Richard Krajicek, Wilfred Genee, dj Hardwell; zo’n beetje half bekend Nederland heeft een potje geflipperd met Gerard. “Robin van Persie liep een keer langs met zijn zoontje op een donderdag, de dag dat wij gesloten zijn. Hij vroeg of hij naar binnen mocht met zijn kinderen. Toen heb ik een oogje dichtgeknepen. Ik heb ze uitgelegd hoe je een flipperkast aanzet. Hij is een paar uur met zijn kinderen binnen geweest. Bijna iedereen vindt pinball leuk. Als je het niet leuk vindt, tsja, dan is er echt iets mis met je.”


Recente blogposts

Alles weergeven

Comments


bottom of page