• Rens

Vinnie Jones: voetballende hooligan

Publicatie: Panorama

In de jaren ‘80 en ‘90 terroriseert de beruchte Crazy Gang van Wimbledon de Engelse voetbalvelden. Onbetwiste leider? Welshman Vinnie Jones. “Ik wilde eerst doelman worden, maar daar kwam ik op terug omdat ik dan niet zo veel spelers onderuit kon schoppen.”


In het najaar van 1996 is Oranje druk bezig zich te kwalificeren voor het WK in 1998. Het is ingedeeld in een lastige poule met Turkije en België. Ook het trotse Wales is opgehoopt in poule 7 en is de tegenstander van Nederland op 9 november in Eindhoven. Trainer Bobby Gould beschikt over een aantal Premier League voetballers, waaronder Gary Speed én Vinnie Jones van Wimbledon. Jones maakt onderdeel uit van een kwintet voetballers van Wimbledon FC, dat opereert onder de weinig verhullende bijnaam de The Crazy Gang. Jones en zijn handlangers wekken al jarenlang de indruk elke zaterdag 90 minuten lang rond te lopen in een boksring, in plaats van een grasmat met krijtlijnen. Met een indrukwekkend strafblad vol ellebogen, keiharde tackles en kaarten, met talloze schorsingen tot gevolg, heeft de bende een bedenkelijke reputatie opgebouwd. Tegenpool Dennis Bergkamp is vanavond zijn tegenstander. The Iceman is opgeleefd bij Arsenal, na een mislukt avontuur bij Inter Milaan, en kent de reputatie van de middenvelder. Enigszins bevreesd geeft hij voor het duel Jones een week handje.


Oorlog

De angst voor Jones is ongegrond. Wales blijkt de ideale opponent om de kater van het teleurstellend verlopen EK in eigen land weg te spoelen. In een sfeervol Philips Stadion combineert Oranje er lustig op los - het elftal van Guus Hiddink dendert over Wales heen. Via goals van Jonk, Cocu en een hattrick van Bergkamp, zorgt Oranje voor de zwaarste Wales-nederlaag sinds 1930: 7-1. Na afloop van de zevenklapper is trainer Gould berust in zijn lot. “Wij lopen echt twintig jaar achter op de ontwikkelingen in een land als Nederland,” laat hij de aanwezige pers optekenen. Ook Jones deelt mee in de malaise. “Hij kwam schreeuwend de kleedkamer uit en zong het volkslied alsof hij een oorlog in moest. Eenmaal aan het voetballen zag hij er al gauw uit als een beginneling,” aldus dagblad Trouw. Het levert een foto op, waarin het contrast tussen stilist Bergkamp en de voetballende barbaar Jones, fraai in beeld is gebracht. Tackles als deze maakte Jones doorlopend in zijn carrière en brachten hem uiteindelijk in Hollywood, waar zijn stoere imago uitermate geschikt bleek voor het witte doek.


Jachtgeweren

Vincent “Vinnie” Peter Jones wordt geboren op 5 januari 1965 in Watford, een stad ten noordwesten van London. Moeder Glenda is huisvrouw en vader Peter verdient de kost als bouwvakker en als professioneel jager. Als kleine jongen neemt zijn vader hem mee de bossen in en leert hem op jonge leeftijd om te gaan met jachtgeweren. Vinnie houdt van het buitenleven; hij vist veel op de oevers van de Gade rivier, die langs de stad meandert. Maar het belangrijkste in zijn leven is al snel de bal. Leren is niet aan Vinnie besteed. Op school tuurt hij eindeloos door het raam en beeldt hij passeerbewegingen in. Zijn grote droom is om in het eerste van de lokale profclub Watford FC te spelen, een droom die op zijn vijftiende in rook opgaat. “Ik speelde al tien jaar lang in de jeugd van Watford FC. Totdat de trainer mij samen met mijn beste vriend Graham naar binnen riep en zei: ‘Graham, als je zo blijft spelen word je een professional.’ Daarna wendde hij zich tot mij: ‘Vinnie, jouw probleem is dat je het leven als één grote grap ziet. We hebben je niet meer nodig.”


Vechtersbaas

Ongemotiveerd verlaat hij als 15-jarige zijn school om te gaan werken op de bouwplaats van zijn vader. Een jaar later scheidden zijn ouders. Iets wat Vinnie moeilijk kan verkroppen. Van een vrolijke jongen verandert hij in een boze, opstandig blaag. “Ik kwam in opstand tegen mijn vader, werd kwaad op hem, begon te drinken en ging vervolgens vechten.” Jones manifesteert zich in het uitgaansleven als vechtersbaas, deelt elke vrijdagavond minstens een paar dreunen uit en komt in aanraking met de politie. Na de zoveelste vechtpartij vindt hij het genoeg en overweegt hij om het leger in te gaan. “Ik wilde gewoon in de buurt zijn van veel mannen. Kameraadschap, daar verlangde ik naar.” Jones speelt dan al enige jaren bij de troosteloze vijfde divisie club Wealdstone als semiprof. Tot Wimbledon FC hem in 1986 opbelt.


Coach Dave Bassett ziet wel wat in de rauwe, boomlange middenvelder en de First Division - de Premier League van nu - club legt £10.000 op tafel om Jones over te nemen. “Elke dag dertig kerels om je heen en de hele dag ouwehoeren. Ik was dolblij,” blikt Jones later terug. Basset heeft een elftal vol potige kerels bij elkaar verzameld, waarmee hij stevig voetbal wil spelen. Met een kleedkamer vol testosteron, zijn practical jokes nooit ver weg bij The Dons. Elke dag is een andere speler aan de beurt; bezittingen worden in brand gestoken, spelers worden uitgekleed en gedwongen om naakt naar huis te lopen of op hun auto vastgebonden en met hoge snelheid door de straten van Londen gereden. “Je kreeg snel een ruggengraat en loste het op als een man,” vertelt hij in de Daily Mail.


Teletekst

Jones blijkt een koopje. In zijn tweede wedstrijd scoort hij het enige en winnende doelpunt tegen grootmacht Manchester United. Ook in de daaropvolgende wedstrijden tegen Chelsea en Sheffield Wednesday is hij trefzeker. Opvallender wordt zijn rol in de jaren daaropvolgend, waarin Jones zich ontpopt tot voorman van The Crazy Gang. Voetbalromantici in Engeland verguizen het elftal. “De beste manier om naar Wimbledon te kijken is op teletekst,” sneert Liverpool legende Gary Lineker in een tv-interview. “Mensen haten ons en wie kan ik het kwalijk nemen? Dit is niet alleen een voetbalteam, het is The Crazy Gang,” pareert een begripvolle Jones.


Op het hoogste niveau in Engeland, waar van oudsher veel wordt getolereerd, werpt het spierballen-voetbal van Basset zijn vruchten af. In 1988 behaalt de club zelfs de finale van het prestigieuze FA Cup tegen Liverpool. The Reds zijn op dat moment de grootste club van Engeland en al landskampioen. Niets lijkt Liverpool een dubbel in de weg te staan. Zelfs de Wimbledon spelers geloven niet in een goede afloop. “Toen we de finale bereikten hadden een paar teamgenoten tegen ons gewed. Veel dachten dat we met 3-0 zouden verliezen. De avond voor de wedstrijd waren we opgewonden en rusteloos. Onze manager haalde ons op en zei: ‘Luister, hier heb je £300. Ga naar de pub, ontspan en kom later terug.’”


Play on

Vanaf het eerste fluitsignaal laat Vinnie Jones, met een zwaar hoofd, zien met wie Liverpool te maken heeft. Ter hoogte van de middellijn maakt Jones een spijkerharde tackle op Steve McMahon. Minutieus voorbereid, zo blijkt. “Voor de wedstrijd besprak ik met de trainer dat ik McMahon onderuit zou schoffelen. Ik zei tegen hem: ‘Als ik het vroeg genoeg doe, voor 100.000 man, denk ik niet dat de scheidsrechter de ballen heeft om mij weg te sturen.’ Het was een gok, maar gelukkig wuifde de scheidsrechter play on.” De tackle heeft effect: Liverpool is geen moment zichzelf, Wimbledon maakt de 1-0 en tot ieders verbazing wint het de beker. BBC commentator John Motson vatte het pakkend samen: “The Crazy Gang have beaten The Culture Club.” Dik dertig jaar later kan Jones het nog nauwelijks bevatten. “Ik kijk het soms nog terug op Youtube en denk dan: was dat een droom? Is dat gebeurd?”


Testikels

Niet alleen met tackles ontregelt Jones zijn tegenstanders. Legendarisch is het duel tussen hem en Paul Gascoigne, op dat moment een rijzende ster in het Engelse voetbal. Voor de wedstrijd, in de spelerstunnel naar het veld, laat Jones al merken dat er weinig voor Gazza te halen valt. “Vandaag; jij en ik, fatty. Ik speel geen voetbal - en jij de komende 90 minuten ook niet.” Fotograaf Fresco vangt het gesprek op en besluit zich de hele wedstrijd te focussen op de twee kemphanen. Gascoigne raakt tijdens de wedstrijd steeds gefrustreerder door het gebrek aan kansen en probeert Jones uit de wedstrijd te praten. “Je verdient vandaag nog geen £100,” zegt hij treiterend. Als reactie grijpt Jones de testikels van Gascoigne en houdt deze net zo lang vast totdat Gascoigne’s kinderbijslag in gevaar komt.


Het levert één van de meest iconische foto’s op uit de historie van het Engelse voetbal. Na afloop van de wedstrijd erkent Gascoigne, zelf ook niet verlegen om een dolletje, dat Jones goed heeft gespeeld door hem een roos te geven. Even later geeft Jones een toiletborstel terug als bedankje; het begin van een goede vriendschap. “Een paar weken na die wedstrijd kwam Paul bij mij langs om kleiduiven te schieten. Hij schoot, draaide zich met zijn dubbelloops jachtgeweer om en zei: ‘Doe ik het zo goed?’ Mijn vrienden en ik lieten ons op de grond vallen en schreeuwden: ‘Richt het pistool de andere kant op, gek!’ Waarop Gascoigne gevat reageerde: ‘Waarom probeer je nu niet mijn ballen te pakken?!’”


Recordboete

In de zomer van 1989 transfereert Jones naar Leeds United. Mede dankzij Jones promoveert de club naar de First Division. Bij hoge uitzondering pakt hij slechts drie gele kaarten dit seizoen, maar vertrekt toch omdat hij plaats moet maken voor jongere spelers. Vandaag de dag is hij nog zeer geliefd in Leeds, onder meer vanwege de Leeds United tatoeage op zijn been. Na een klein jaar Sheffield United, speelt hij een koortsachtig seizoen voor Chelsea. Eerst moet hij £1500 aan de bond betalen voor het maken van obscene gebaren richting de fans van Arsenal. Vervolgens krijgt hij een recordboete van £20.000 voor zijn commentaar in een video, waarin hij voetbalgeweld en smerige trucs verheerlijkt, gevolgd door een schorsing van zes maanden. Bij Chelsea wint hij geen prijzen. Of het moet de twijfelachtige eer zijn van de snelste gele kaart ooit in de Premier League. In een wedstrijd tegen Sheffield United pakt hij na drie seconden een prent, een verbetering van zijn oude record met twee seconden.


In 1992 keert Jones terug bij zijn oude liefde Wimbledon. Hij pakt er zijn oude gewoontes als notoire voetbalvandaal moeiteloos op. Klassiek voorbeeld van een doorsnee wedstrijd van Jones, is het onderhoud met Manchester United in 1994. Op geheel eigen wijze deelt Jones opzichtig een kopstoot uit aan Roy Keane, om tien minuten later Fransman Eric Cantona te torpederen met een tackle die niet zou misstaan bij een Free Fight Gala. United wint eenvoudig met 3-0, maar dat is voor Jones bijzaak. “Winnen is niet belangrijk, zolang je zelf maar wint,” blaft hij de pers na afloop toe. Na een negental wedstrijden bij Queens Park Ranger, sluit hij zijn spelersloopbaan in 1999 af. In totaal pakt hij 12 rode en 46 gele kaarten in zijn loopbaan. Goed voor een tiende plaats op de lijst van spelers met de meeste kaarten wereldwijd.


Bijtincident

Niet alleen binnen het veld is Jones een heethoofd. In 1995 bijt hij in een bar in Dublin in de neus van een journalist. Drie jaar later wordt hij tot 100 uur taakstraf veroordeeld nadat hij zijn buurman gebeten, geslagen en geschopt heeft. Volgens de buurman had hij alleen op de deur geklopt. Jones ontkent, maar wordt toch veroordeeld tot 80 uur taakstraf. In 2003 volgt een taakstraf van 80 uur en een boete van £1100, nadat hij in een vliegtuig een medepassagier in elkaar gebeukt heeft en het cabine personeel dreigt te vermoorden. Als gevolg trekt de Britse politie zijn wapenvergunning per direct in.


Na zijn voetbalcarrière verrast Jones vriend en vijand: hij wordt acteur. Zijn vuurdoop als cameo heeft hij te danken aan regisseur Guy Ritchie. Ritchie, zelf een verstokte Chelsea fan, zag Jones voetballen en ziet in hem een levensechte schurk. “Ik kreeg een telefoontje van Ritchie en hij zei: ‘We gaan Lock, Stock and Two Smoking Barrels maken en we hebben een kleine rol voor je.’ Ik heb toen ‘ja’ gezegd. Na de filmdagen vroeg Guy mij om een ​​aantal reshoots te doen en maakte hij mijn rol groter. Ik dacht niet dat ik er bijzonder goed in zou zijn, maar de mensen waren enthousiast.” In eerste instantie wordt de film slecht ontvangen door filmrecensenten, maar het grote publiek omarmt de ‘typisch Britse’ film en krijgt na verloop van tijd een cultstatus. Jones ontvangt lovende kritieken en de film is het begin van een levendige acteercarrière. Hij speelt in meer dan 70 films, waaronder de blockbusters Snatch, X-Men en Gone in 60 Seconds. “Voetbal was mooi, maar op de set staan met Nicolas Cage en Angelina Jolie heeft toch ook iets,” aldus de Hollywoodster.


Los Angeles

Toch blijft hij de voetbalwereld vanuit zijn woonplaats Los Angeles volgen, met stijgende verbazing. “Ik was al een jaar of vijf, zes niet bij een voetbalwedstrijd aanwezig geweest. Ik vroeg mezelf af waarom er nauwelijks meer getackeld werd. Is dat tegenwoordig niet meer toegestaan ofzo?” Bij een analyse in de rust van zijn oude club Wimbledon: “Ik zou die tegenstander naar onze kleedkamer leiden en de deur op slot doen. Dan zouden we wel zien wat er gebeurde. Dat deden we vroeger heel vaak. Nu kan dat niet meer.” En over de klederdracht van de spelers: “In mijn tijd was het onmogelijk kleren van $2000 te dragen. Vraag dat maar aan mijn oude teamgenoten. We staken die kleding gewoon in de fik.”