• Rens

Boca: van onafhankelijke staat tot tourist trap

Publicatie: Staantribune


Zelfs de meest verstokte voetbalhater blaast bij de naam Boca in dezelfde adem nog Juniors uit. Hoe dat komt? Na een bezoek aan de wijk kan je simpelweg niet om de club heen.

Nergens ter wereld is een wijk zo verweven met een voetbalclub als in Boca, Buenos Aires. Naast dat de wijk bedruipt is met voetbal, trekt het dagelijks een bataljon aan toeristen die op zoek zijn naar een vleugje Argentijnse cultuur. Bussen vol Aziaten komen geheugen op hun mobieltjes tekort voor het maken van foto’s van olijk gekleurde huisjes, toegewijde schilders en passievol dansende tango-paren. Kortom; Boca is een levendige ‘tourist trap’ van formaat. Maar wie achter deze kleurrijke gevels spiekt, ontdekt dat La Boca één van de meest authentieke buurten van Buenos Aires is en gekenmerkt wordt door onderlinge solidariteit en anarchisme. Hoe ontstond dit, welke veranderingen heeft de buurt ondergaan en wat betekent de Argentijnse voetbalreus voor de bewoners?


Genuese arbeidersklasse

Nadat de eerste nederzetting al in 1536 is opgetuigd, wordt Buenos Aires definitief gesticht in 1580 door de Spaanse veroveraar Juan de Garay. Toch duurt het tot 1830 voordat de eerste grote groepen immigranten uit Europa binnendruppelen. In de dan nog lege, uitgestrekte landerijen - wat later Boca zal gaan heten - strijken veel Italiaanse families uit de wijk Genua neer, op zoek naar een beter leven in het rijke Argentinië. Vrouwen doen het huishouden en mannen werken in de haven. Ze bouwen kleine huisjes van afval, de zogeheten conventillos; krakkemikkige bouwwerken gemaakt van hout, zink, golfplaten en gefundeerd op palen als gevolg van frequente overstromingen. In een moordend tempo wordt Boca - Spaans voor ‘mond’ en naar verluidt vernoemd naar de wijk Boccadasse in Genua - volgebouwd. Op de top van de immigratiegolf wonen tientallen immigranten opgekropt in een conventillo en wordt de regio een reservaat voor infectieziektes.


Het uitbreken van de gele koorts in de 1870 is een belangrijke oorzaak voor de sociale verschuiving in de wijk. Rijke immigranten verkassen naar noordelijke wijken als San Telmo en Palermo, vanwege de lagere bevolkingsdichtheid. De arbeidersklasse blijft achter. De vele Xeneizes - Genuanen in Genuaans dialect en bijnaam van de Boca supporters - leven in armoe. De werkomstandigheden in de haven zijn al niet veel beter. Gevolg: withete Xeneizes verenigen zich, gooien in een massale staking het werk neer en roepen in de chaos die daarop volgt Boca uit tot onafhankelijk staat: República de La Boca. Op militante wijze en onder luid gejuich wordt de Genuese vlag gehesen. Maar wanneer Generaal Julio A. Roca hiervan op de hoogte is gesteld, veert hij furieus op uit zijn troon en haalt, geflankeerd door zijn leger, hoogstpersoonlijk zelf de vlag naar beneden.


Voetbal & tango

Ondanks de erbarmelijke omstandigheden in de conventillos zijn de huurprijzen in het bloeiende Buenos Aires schreeuwend hoog, maar liefst 8 keer duurder dan Parijs en London. Begin 20e eeuw zijn de bewoners het spuugzat en weigeren nog langer te betalen. Ze eisen een kostenverlaging, die er na 3 maanden rellen en staken komt. In alle tumult wordt in 1905, na de oprichting van River Plate, Boca Juniors in het leven geroepen door een mix van Xeneizes en Grieken uit de wijk. Waar concurrent River Plate jaren later verkast naar de puissant rijke wijk Nuñez, blijft Boca Juniors zijn bakermat trouw en ontvouwt het zich als een top-5 club met een trouwe achterban uit het proletariaat. Na een aantal omzwervingen in de wijk bouwt het in 1940 La Bombonera. Het stadion geeft de arme buurt een tweede huis, trots en allure. Al had het een aantal jaar eerder niet veel gescheeld of de club was verhuisd naar buurgemeente Avellaneda. Dankzij een overtuigende meerderheid tijdens een stemming weet de club dit ternauwernood te voorkomen.


De volksverhuizing van de Europeanen naar het beloofde land Argentinië loopt voor velen uit op één grote teleurstelling. Bomvol toekomstdromen stapten duizenden families op de boot met de hoop werk te vinden en mee te delen in de welvaart. In werkelijkheid eindigen ze berooid en met onmetelijk veel heimwee in wijken zoals Boca. In deze arrabales (sloppenwijken) doet de tango zijn intrede en kunnen de mensen hun zorgen voor even vergeten. De dans - met invloeden uit Afrika, Latijns-Amerika en Europa - wordt verafschuwd door de conservatieve elite, die het bestempeld als ‘seksistisch’, maar wordt later door de hele wereld omarmd. Ondertussen holt Boca achteruit. Gauchos, die door de rijken zijn verdreven van het platteland, en bandieten maken er de dienst uit. Criminaliteit is aan de orde van de dag en menig straat wordt gepromoveerd tot vuilnisbelt. Zo ook een kronkelend straatje, tot dan beter bekend als ‘La Curva’.


El Caminito

Op een avond parkeren de broers Aníbal & Arturo Cárrega, eigenaren van een scheepsbouw winkel, hun auto in La Curva en wippen een paar afvalzakken uit hun kofferbak. Bedrukt kijken ze om zich heen. “Wat een zooi”, zeggen ze tegen elkaar. Ze besluiten de bende op te ruimen, versperren de weg voor afvaldumpers en bellen Benito Quinquela Martín, een gevierd schilder en geroemd om zijn haven portretten. Samen besluiten ze de buurt een vrolijker karakter te geven door de huisjes in allerlei kleuren te schilderen. Met toestemming van de gemeente wordt de straat een heus openluchtmuseum, waar werken van lokale artiesten te bewonderen zijn. Om de straat meer elan te geven dopen ze La Curva om naar El Caminito, verwijzend naar het wereldberoemde tango-lied van wijlen Juan de Dios Filiberto. Het is een startsein van de opleving van de wijk, waarbij El Caminito prompt wordt bestempeld als cultureel erfgoed.


Ondanks het herstel van de buurt krijgt Boca in de jaren ‘70 een flinke dreun te verwerken. De opening van de noordelijk gelegen Madero haven leidt tot de sluiting van de haven van Boca. Resultaat: een ijzig stille haven en torenhoge werkloosheid. Toch proberen de bewoners er het beste van te maken. Ze hangen op straat, zorgen ervoor dat er altijd reuring is. Of het nu een asado (Argentijnse barbeque) is, de repetitie van een band of kinderen die met blote voeten op straat voetballen; er gebeurt altijd wat. Zeker wanneer Boca Juniors speelt. “Een bewoner van Boca ademt Boca Juniors”, vertelt Angel, oud bewoner van de wijk en werkzaam bij de club. “Overal waar je kijkt zie je Boca. De kleuren vind je terug op de huizen en mensen zijn uitgedost in Boca kleding. Daarnaast profiteren veel bewoners van de aanwezigheid van de club. Ze verkopen de hele week door merchandise aan toeristen en verdienen geld met drank en voedsel op wedstrijddagen.”


Eeuwige band

Hoewel de samenstelling van de wijk veranderd is (er wonen tegenwoordig veel andere Zuid-Amerikanen), is de band met Genua altijd gebleven. Soms is dat nog zichtbaar, zoals bij het 100-jarig bestaan in 2005. Het marketingteam van de club verbasterde de bijnaam Xeneize en centenario (eeuwfeest) subtiel naar: Xentenario. En toen de Copa Libertadores finale return in 2018 ontsierde in rellen en werd afgelast, bood de Genuese gemeente aan om de finale in Genua te spelen. Ook vereren afgevaardigden van Sampdoria en Boca Juniors elkaar met bezoekjes om kennis uit te wisselen en banden aan te halen. Tevens wordt de opstand in de 19e eeuw niet vergeten. Wie een wandeling door Boca maakt komt hoe dan ook langs een prachtige muurschildering die verwijst naar de Genuese rebellie.


Waar de gemeente vroeger de wijk links liet liggen voor onderhoud en de aanpak van criminaliteit, is dat is nu anders. “Het stadsbestuur ziet natuurlijk het toeristische belang van de wijk. In de afgelopen 10 jaar is er veel gedaan om de veiligheid te verbeteren en is er geïnvesteerd in de renovatie van gebouwen. Boca is een bloeiende toeristenmagneet geworden waar je kunst en traditionele gastronomie kunt vinden. Waar je op de foto kan met Maradona, Evita Perron of de koning van de tango Carlos Gardel van papier mache”, grinnikt Angel. Nieuwe immigranten trekken tegenwoordig naar Area 31. “Dat is een gevaarlijke sloppenwijk vlakbij het chique Recoleta. Maar dat betekent niet dat armoede in Boca is verdwenen. Wanneer je buiten het toeristische gedeelte rondloopt zie je nog steeds veel misère en daarom is de club onlosmakelijk verbonden met de arme arbeidersklasse.”